mijn blik maakt haast
door de treinwagon
om daar te bepalen
wie is en wie dan niet
bezwerend voel ik ogen
starend naar mijn nek
het bloed lijkt te kolken
met een stormachtig effect
mijn ziel zoekt verbinding
krijsend uit mijn lijf
hopend op wat medelij
mischien wat liefde als gewin
gordijnen verplaatsen
onrustig door de bries
ik kijk snel in het raam,
maar ik zie mezelf niet staan