Schrapende nagels

nagels

schrapend

snijdend

diep in het hout

de kist lijkt dicht

dichter dan ooit

adem benemend


nagels schrapen door het hout

brullen is zinloos

met de laatste krachten, splijt het hout in tweeën, twee helften met splinters aan de zijden

al duwend gaat de deksel open om uiteindelijk te voorschijn te kunnen komen

toorn en woede zal zich wreken op diegene, die dit veroorzaakt hebben


woede

pijn

verbittering

vuur

diep brandend

hoofd omhoog

schreeuwend


godver,

zand in me mond

Ik wil een huispak

ik wil een huispak
lekker warm, een goede kleur
om buiten te lopen te spelen te rennen
een huispak
liefst blauw
groen
paars
maakt eigenlijk niets uit
een huispak
om te zweten te keten te flaneren
lekker makkelijk iedere dag
niets te kiezen gewoon helemaal los
toppie joppie
met een huispak
voor mij
voor jou
voor iedereen
een huispak

De straf

al starend naar boven

voel de draaiing al gaan

steeds lager en dieper

steeds verder vandaan


nu zakkend de grond in

omsluit het gemoed

de aarde word zachter

al glijdend voorgoed


het draait steeds maar door

dieper kan het niet gaan

de hoeven gebroken

niets kan het nog aan


het einde lijkt nader

de kracht neemt wat af

verweer blijkt nu zinloos

mijn wekker blijft een straf

Borrelend!

borrelend,
van onderuit
steeds iets meer
overlopend
en onvermijdelijk

tergend,
langzaam omhoog
niet te stoppen
ongeremd
en onbeheersbaar

vervloekend,
alles en iedereen
als spervuur brandend
medicatieloos
en bevrijdend opgelucht

Mijn macht

wortelen groeien
langzaam
richting het hoofd
wat ooit verplaatst is
en niet meer werkt
zoals men dacht

wormen verplaatsen
rustig
de zandgronden
die doorgekomen zijn
langs hout en spijkers
verrottend in de nacht

maden vervreten
voldaan
de weekste delen
als bachusmaal
voor hernieuwde kracht

mijn levensadem
beëindigd
het begrepen bestaan
maar mijn geest
heeft nog altijd macht

Haar gezicht

het vergetene is niet vergeten
de beelden razen voorbij
vaak denk je er niet aan
maar zoals nu, is het dichtbij

de kracht van het leven
lijkt minder spontaan
als beelden gaan leven
en mijn ziel trekt dat aan

de hoop op voltooien
heb ik dagelijks benijd
de rest van dit leven
zal ik leven met spijt

toch blijft het diep onder
als een klein wakend licht
en hou ik me vast aan
het beeld van haar gezicht

Dieper dan de ondergang

dieper dan de ondergang
van vlees en van bloed
verdrinken de woorden
van ongetemde moed

onderste lagen
verzwakken steeds maar weer
tot vervaging een feit is
van het laatste restje zeer

verder weg van beschaving
geen grens meer gemaakt
is daar de laatste plek nog
het diepst, waar jij me raakt

Och, was ik maar een ware dichter

och was ik maar een ware dichter
zonder zelfspot rende ik rot
een pijp al zuigend
een baard laten staan
mijn kleding tot het diepst versleten
de vrouwen zijn verzot

een ware dichter herkent men
aan liefdevol gerijmel
mooie zinsneden opbouwend
op momenten van weleer
door niemand werkelijk begrepen
maar vormgevend naar veel meer

al kijkend naar het domme volk
geen boek gelezen, hoe kan het toch
nee, luisterend naar mijn diepe wezen
dat verhoogd uw aller geluk
een mengelmoes van mooie woorden
als staand met een notitieblok

vrienden komen vrienden gaan
niemand heb ik echt nog nodig
als uitgesproken waar talent
zullen velen mij bekoren
zolang ik maar mijn rijmsels deel
waarvan men mij herkend

och was ik maar een ware dichter
dan proefde ik de roem
dan stond ik niet in deze wereld
onbegrepen maar zo gewild
helaas ben ik een botte hork
zonder waarlijk enig iets fatsoen

De donkerte dendert voorbij

de donkerte dendert voorbij
als vlagen van verstand
verbijsteren ze de wereld
schokkend en vol vuur
vlammend als nooit eerder
tranen nemend vol pijn

grootsheid siert het donker
wat nimmer zal versagen
om de mensen te verbazen
het innerlijke te nemen
wat zij nooit zullen weten
en niet kunnen missen

krachtig als een vuurzee
grijpend om zich heen
kan het ons vast redden
van valse beloftes
en vreemde gewoontes om
onze donkerheid te aanvaarden