Huilende zonnebloemen

huilende zonnebloemen verbleken
als miezerige stroken
van kartonnage experimenten
in de voltooid verleden tijd
van het ooit

Eindeloos einde

eindeloos lijkt het einde daar te zijn
als normale gedachtengolven
de waarheid suggereren
om eindelijk te eindigen
waar het begin ooit om vroeg

Denken, zwoegen en zweten

denken, zwoegen en zweten
tot het water aan de lippen staat
blijft het onderbewustzijn gaan
tot oneindige sterrenhemels
waar verbijstering en ongeloof
de maat aangeven

Smachtende zeemeeuw

verloren vliegt de zeemeeuw, ver van land over het water
door een onduidelijke daad, wat hem werd verweten
vervulde zijn vlucht zich, van volle vlagen van trots
want ooit zal de zeemeeuw, voluit verrijzen
als de tijd daar zo rijp is, dat zij weer naar hem smacht

Dramaturgische gedachtes van vrijheid

dramaturgisch jargon vloeit zacht
langs de kersenbloesem van vreugdevol samenzijn
allicht lijkt er een donkere wolk te verrijzen
uit as van overledenen
die zelfstandig het einde aantrokken

een geurig kind stept geluidloos voorbij
alsof het dagelijkse kost is
de driewerf hoezee geluiden uit de zee
die kabbelen als autosirenes van politie
nooit te vroeg, maar zelden te laatdunkend

druist de wet hier schuchter tegenaan
zoals zovele eerdere geluksvogels riepen
zodra het jachtseizoen aanvaard was
en de elanden zich verzamelden op de wei
van vrijheid van gedachtes

Nachtkaars

zonnestralen vallen zacht
prikkelen de huid
die gewendt was aan dat andere
waar het leven zo vol van was

warmte stijgt als folklore
zorgzaam zoals zovelen
bloesemgeur van onbekenden
trekken voorwaarts waar het hoort

gevoel blijft zich verzwaren
ondanks warmte en de zon
de juiste metafoor blijft toch
een nachtkaars zonder enkele zoen

Wind

wind
langs het raam van de ziel
stormt de waanzin
niet geheel onverwacht
dwars door gebaande paden
aangelegd ter bescherming
maar niet bestand
om eenzaamheid te bestrijden

Onbetamelijk verlangen

onbetamelijk verlangen,
kijkend naar gelukkige momenten
twee duiven tezamen
gras wat ruikt naar versheid
een lucht zo blauw
dat kobalt lijkt te vervagen
bedenk ik diep,
in mijn altijd roepende hart,
dat het leven best mooi is
alleen sta ik al zo lang op wacht