De gekromde brug

vorm onder druk
vleselijk gedrocht
volledig afgezwakt
van enig menselijk zijn
kruipt het nader
tot de volgende halte
alwaar de gekromde brug
zijn opwachting maakt

hij zwijgt
kijkend naar dit beeld
van toekomst-hel
beseft hij zich maar goed
dat het leven niet geeft
maar enkel neemt
als lelijkheid de norm is
van dit bestaan

de kromme brug wenkt
"kom tot mij"
"speel met mij"
"geniet van mij"
en het vleselijk gedrocht
dankt in staat van paraatheid
en legt zich nederig
aan de voeten van weleer